Terug naar de blog Het goud voorbij de draak: Hoe ik mijn complexe angsten trotseerde voor Kaapverdië

Het goud voorbij de draak: Hoe ik mijn complexe angsten trotseerde voor Kaapverdië

2026-09-02T22:20:17+02:00

Charlotte en ik zijn naar Kaapverdië geweest. Acht uur op het vliegtuig in het heengaan, zes uur in het terugkeren. In mei met het vliegtuig naar Calpe gaan was al een hele overwinning. Dit was andere koek.

Ik ben niet bang dat het vliegtuig zal neerstorten. Mijn angst heeft vooral te maken met veel mensen in een kleine ruimte. Ik zou bijvoorbeeld gerust speleologie kunnen doen, zolang het niet met een groep is. Zet me alleen op een vliegtuig de wereld rond: ook geen probleem. Zet er veel mensen bij en mijn lichaam slaat tilt. Ongelofelijk veel spanning. Zelfs op restaurant kan ik dat hebben. Of op café. Of op een tuinfeest met veel mensen…

Daar komt ook plasangst bij. Ondertussen is het ook angst voor de angst geworden. Het zijn veel dingen samen, merk ik. Mijn angst heeft niet één duidelijk voorwerp, zoals een spin. Wat ik ervaar is complex en moeilijk aan te pakken. Neem die angst voor het vliegen weg en dan komt er wel iets anders in de plaats. Het voelt alsof er een soort van PTSD onder zit, die zich op allerlei manieren kan manifesteren.

Tijdens onze reis in Kaapverdië vertelde een goeie vriend hoeveel respect hij had voor het feit dat ik die angsten toch aanga. Hij vroeg hoe ik dat deed, omdat hij zelf ook een grote angst voor vliegtuigen heeft. Dus ik ga een poging doen om uit te leggen hoe ik het doe.

Het belangrijkste wil ik eerst zeggen: je hoeft je angsten niet te overwinnen. Als je bijvoorbeeld bang bent om een ruimtewandeling te maken, dan is dat waarschijnlijk een angst waar je gerust mee kan blijven leven. Ook je angst voor een vliegtuig hoef je niet per se te overwinnen. Je kan gewoon met de auto op reis gaan. Reizen gaat voor mij meer over het gezelschap dan over de bestemming. Ik weet dat anderen heel graag andere culturen leren kennen. Bij mij ligt dat anders.

Ik wil vooral niet dat mijn angsten me iets in de weg leggen. Het gaat bij mij vreemd genoeg vaak om de angst zelf. Ik kan er niet tegen dat ze er is. Nu ik bijvoorbeeld mijn angst om op te treden grotendeels heb overwonnen, begin ik me af te vragen of ik eigenlijk wel graag optreed… En na zo’n reis naar Kaapverdië val ik vaak even in een put. Omdat het allemaal eigenlijk normaal zou moeten zijn. In mijn hoofd toch. Zoiets…

Wat mij het meeste helpt om een angst aan te gaan, is weten wat de oogst is. Welk goud ligt er voorbij de draak? Hoe graag wil je wat er aan de andere kant van die angst ligt?

Ze hebben mij bijvoorbeeld al gevraagd om voor mijn werk naar India te vliegen. Dat lukt niet voor mij, omdat die reis me persoonlijk niet genoeg oplevert om al die angst onder ogen te zien. Optreden is die moeite voor mij wel waard, ook al stel ik me daar soms vragen bij. En vliegen ook, als er een reis op me wacht waar ik echt naar verlang.

Calpe was zalig. In tweeënhalf uur stonden we 1.410 kilometer verder. In vogelvlucht. Met de auto zou dat zo’n 1.800 kilometer en achttien uur rijden zijn… Ik zit zelfs graag op een vliegtuig. Ik vind het de max als dat spel aanzet. De kracht, de versnelling. Zalig. Dus ja, het belangrijkste is de oogst.

Ik ben lang in therapie geweest bij een gedragstherapeut die ik heel hoog inschat. Daar leerde ik geleidelijke exposure kennen: dingen opzoeken die de angst oproepen, met het volume wat lager.

Voor mij heeft een zweethut bijvoorbeeld iets gemeen met een vliegtuig. Je zit met mensen in een kleine ruimte. Er is één belangrijk verschil: als het echt niet gaat, kan ik eruit. Er is wel wat groepsdruk, en toch kan ik eruit. In een vliegtuig gaat dat natuurlijk niet.

Dus ben ik zweethutten beginnen doen. Ik ben er nog altijd bang voor. Beetje bij beetje heb ik geleerd om bij die angst te blijven. Soms lukt dat, soms niet. Dat is mijn persoonlijke weg geweest, geen oefening die voor iedereen geschikt is.

In sommige zweethutten heb ik mezelf zelfs verplicht om na elke ronde naar buiten te gaan. Gewoon om mezelf te leren dat ik dat mag. Dat het mijn leven is en dat ik erover beslis. Met respect voor de ceremonie, natuurlijk. Ook met alle tradities en regels mag ik nog altijd kiezen voor mezelf en ergens uitstappen. Dat was heel belangrijk voor mij.

Misschien heeft dat niet allemaal rechtstreeks met dat vliegtuig te maken. Het zijn wel patronen waar ik iets mee kan, denk ik. Jezelf graag leren zien. Mild zijn voor jezelf. Het is oké om bang te zijn in zo’n zweethut. Het is oké om bang te zijn op een vliegtuig. Don’t be too fucking hard on yourself.

Het volgende voor mij is zorgen dat ik vooraf zo sterk mogelijk sta, fysiek en mentaal. Voorbereid. De laatste jaren heb ik bijvoorbeeld geleerd wat ademhalingsoefeningenvoor mij kunnen doen.

Momenteel gebruik ik twee manieren. De eerste vind ik op het YouTube-kanaal BreathworkBeats. Mijn favoriet is deze ademhalingsoefening, en er zijn er nog. Wat ik vooral merk, is dat ademwerk me kan helpen om mijn spanning te laten zakken.

Mijn tweede oefening is de Osho Chakra Breathing Meditation. Ik geloof niet in chakra’s. Ik hou wel van deze oefening. Soms denk ik dat Osho je vooral eerst 45 minuten aan het ademen wil krijgen, zodat je daarna eindelijk een kwartier kan mediteren. Zo voelt het voor mij toch.

Ik heb nog geen echt goeie instructievideo gevonden. Deze is het beste wat ik tot nu toe vond. De ‘muziek’ van de meditatie vind je hier. Heb je liever de aparte fases, dan kan je hier terecht.

Vorig jaar, voor ik met mijn dochters op skivakantie ging, heb ik die Osho-meditatie honderd dagen aan een stuk gedaan. Voor mijn gevoel hielp dat om mijn basisspanning zo laag mogelijk te krijgen. Daar gaat dat ademen voor mij vooral over. Mijn basisspanning ligt meestal heel hoog. Als ik iets wil doen dat heel angstaanjagend is, wil ik zo ontspannen mogelijk aan dat avontuur beginnen.

Ook sporten is belangrijk voor mij, zodat mijn conditie oké is. Angst vraagt lichamelijk veel. Een goeie conditie helpt me om dat te dragen. Bij mij zijn dat CrossFit, stretchenen oefeningen ‘s morgens vroeg.

Voor het stretchen grijp ik al lang terug naar drie video’s. Twee daarvan zijn van BodyweightWarrior: deze en deze. Daarnaast doe ik vaak deze sessie van Caitlin K’eli Yoga. En voor ‘s morgens zijn er deze oefeningen van Jules Horn.

Het volgende is misschien wel het allerbelangrijkste: iemand meehebben die er onvoorwaardelijk is voor mij. Zoals de meeste ouders er zijn voor hun kinderen. Ik vind het niet gemakkelijk om te geloven dat iemand er op die manier voor mij zal zijn. Als twee vaders je in de steek hebben gelaten, geloof je dat niet zomaar meer.

Het gezelschap is dus enorm belangrijk. **Ga je er zijn voor mij, wat er ook gebeurt?**Als ik een paniekaanval krijg. Als ik niet kan plassen. Als ik vooraf enorm veel schrik krijg.

Die persoon hoeft me niet te redden of medelijden met me te hebben. Iemand die praktisch blijft, helpt me het meest. Zo van: ‘Oké, dit is nu het probleem. Wat kunnen we doen?’ Naast me staan. Er zijn als het nodig is. En elkaar af en toe wat dragen mag natuurlijk ook helemaal.

En dan iets waar ik me absoluut niet voor schaam: medicatie.

Voor Calpe en Kaapverdië heb ik dat besproken met mijn huisdokter. Alles wat ik hierboven beschrijf, helpt me om zo weinig mogelijk medicatie nodig te hebben. Vroeger moest ik veel nemen om op reis te kunnen, ook met de auto. Achteraf moest ik daar telkens weer van afkicken. Dat was verre van leuk.

Bij die vliegreizen gebruikte ik onder meer de bètablokker propranolol. Mijn ervaring is dat die mijn angstgedachten niet wegneemt, en wel de lichamelijke onrust kan temperen. Dat maakt voor mij een verschil. Als mijn hart begint te razen, word ik bang van dat razende hart. Dan wordt de angst nog groter en gaat alles zichzelf versterken.

Ik heb propranolol ook eens genomen voor een optreden. Dat vond ik geen goed idee: op een podium heb ik juist iets aan die adrenaline, die hartslag, die spanning. Wat me bij het ene helpt, werkt dus niet noodzakelijk bij het andere.

Voor de vluchten gebruikte ik ook Valium en Temesta, besproken met mijn huisdokter. Bij Calpe nam ik de avond voordien ook Valium. Vooral het boarden is voor mij een spannend moment. Ook hier speelt die basisspanning mee. Angst voelt soms als een emmer die beetje bij beetje volloopt. Ik probeer te voorkomen dat die overloopt, want midden in een paniekaanval is het veel moeilijker om weer rust te vinden.

Ik laat de precieze dosissen en tijdstippen hier bewust achterwege. Wat ik beschrijf is mijn ervaring, geen schema om over te nemen. Welke medicatie, hoeveel en in welke combinatie: dat bespreek je met je dokter. Ook wat je verder al neemt, hoort bij dat gesprek. Valium en Temesta kunnen elkaars versuffende werking versterken. Alcohol hoort daar niet bij.

Voor mij is het belangrijk dat een dokter mijn angst serieus neemt en samen met mij een plan maakt. Daar horen ook duidelijke afspraken bij over de hoeveelheid die ik meekrijg. Niet in paniek zelf meer beginnen nemen. En natuurlijk ook vooraf zorgen dat er genoeg voorzien is voor de terugreis.

Voor Kaapverdië heb ik een reserve aan mijn vriendin gegeven. Mocht ik mijn medicatie voor de terugreis verliezen, dan zou dat voor mij echt een probleem zijn. Ik weet niet of ik zonder die zekerheid op het vliegtuig naar huis zou stappen.

Belangrijk: Valium en Temesta kunnen afhankelijkheid veroorzaken, en afbouwen kan lastig zijn. Dat heb ik zelf ervaren. Ook gebruik voor een vliegreis is niet automatisch zonder risico. Daarom vind ik het belangrijk om dit met mijn dokter af te spreken.

Zelfs na zeven jaar zo hard aan mezelf werken, na alle oefeningen, lichaamsgerichte therapie en ceremonies — peyote, kambo, paddo’s… — heb ik voor zo’n lange vliegreis nog medicatie nodig. Misschien is dat na nog tien vluchten anders. We zullen zien. Ik maak er ook geen gevecht van. Mijn lichaam zit vol trauma en spanning. Met die medicatie voel ik me even normaal en lukt het me om op een vliegtuig naar het toilet te gaan.

Katheter. Amai.

Ik heb dus plasangst. En dat zit niet ‘gewoon in mijn hoofd’. Allez. Ik bedoel: mijn lichaam schiet in bepaalde situaties in een soort fight-or-flight, waardoor ik niet kan plassen. Ik heb daar andere blogs over geschreven, dus ik ga er hier niet uitgebreid op in.

Voor mij was het belangrijk om een ultieme uitweg te hebben. Wat als ik op dat vliegtuig echt, echt, echt niet zou kunnen plassen? Ook niet als het enorm dringend is? Want dat gebeurt in zulke situaties dus wel degelijk.

Ik heb een uroloog gecontacteerd en onder begeleiding leren katheteriseren. Het heeft twee jaar geduurd voor ik het kon. Ik vond dat verschrikkelijk angstaanjagend. Die buis zo ver naar binnen… Crazy. En dan nog voorbij die sluitspier, terwijl mijn hele lichaam gespannen staat.

Wat ik hier vooral wil benoemen, is moed. De moed om iets aan te pakken dat je doodsbang maakt. Jouw angst kan natuurlijk helemaal anders zijn. Als je bang bent dat het vliegtuig zal neerstorten, heb ik daar ook geen kant-en-klaar antwoord op. Rationele woorden zijn vaak niet genoeg om een lichaam gerust te stellen.

Toen het katheteriseren uiteindelijk lukte, was dat voor mij een eurekamoment. Zo van: ‘En nu ga ik op dat vliegtuig. Als het echt nodig is, heb ik een uitweg.’ Er is toen iets geklikt. Op de vier vluchten naar en van Calpe en Kaapverdië heb ik die katheter uiteindelijk niet nodig gehad. Het idee dat er een oplossing is, helpt soms al meer dan de oplossing zelf, vermoed ik.

Zo. Angsten…

Er is veel moed en wilskracht voor nodig om ze aan te gaan. En misschien hoef je ze ook niet allemaal te overwinnen. Vaak is het goud voorbij de draak wel de moeite waard.

Mijn lichaam heeft voor Kaapverdië enorm afgezien. Er speelde van alles onder de oppervlakte. ‘s Nachts bruxisme, waardoor mijn kaken helemaal verkrampt waren. Tandpijn en nekpijn als gevolg. In de week voor ons vertrek ben ik drie keer naar de osteopaat geweest en één keer naar de tandarts. Ook dat is voor mij mezelf kennen en voor mezelf zorgen. Alles doen wat binnen mijn mogelijkheden ligt om die reis te laten slagen.

Dat is soms frustrerend. Een ander kan de week ervoor uitgaan, drinken en roken, en vervolgens acht uur slapen en recupereren op het vliegtuig… De dingen zijn zoals ze zijn.

Ik heb veel goud gevonden voorbij mijn angsten. Goud bij optredens. Goud bij mijn zangcirkels. Goud bij de opleiding tot lichaamsgericht therapeut. Goud bij mijn career change naar Team Lead. Goud in die prachtige reis met mijn lief naar Kaapverdië.

Het goud dat ik nu nog moet vinden, ligt bij ontspannen, rusten en leren nietsdoen.

Thx for listening!

Greetz, Lieven

P.S. De Tools. Prachtig boek, van Phil Stutz en Barry Michels. Eén van de dingen die erin uitgelegd worden, is het omkeren van verlangen. Verlangen om je angsten onder ogen te zien. Dat idee spreekt me aan: er kunnen ook kansen liggen om te groeien. Op een slimme manier wel. Lees het boek ;-). Er is ook een documentaire over Stutz gemaakt voor Netflix. Geen idee of die er nog op staat. Ergens ga je hem wel vinden.

Succes!