Terug naar de blog Een jaar liefde in een mail

Een jaar liefde in een mail

2026-03-15T21:07:34+01:00

Dit schreef ik in maart 2026, kort na een breuk. Ik heb de tekst later herwerkt. Het blijft een dagboekpagina over hoe ik die dagen beleefde, vanuit mijn kant van het verhaal.

Ik weet niet waar te beginnen met deze post. Het deed zo’n deugd om mijn lief in mijn leven te hebben. Ik had zo gehoopt dat we elkaar ook zouden blijven vinden de dag dat het wat moeilijker werd.

Eind januari had ik haar een brief voorgelezen waar ik lang aan gewerkt had. Ik probeerde onder woorden te brengen wat ik miste, wat ik nodig had en hoe graag ik haar zag. Ik wou meer voelen dat we samen een leven deelden. En ik voelde me gehoord.

Op het einde van de krokusvakantie bleef ze hier twee nachten slapen. ‘s Morgens was ze vroeger wakker en zat ze in de zetel aan mijn deken te haken. Hoe zalig was dat. Gewoon naast mijn lief slapen en zo een chill weekend hebben. De zaterdag naar de sauna. Samen een uur in slaap vallen in de chillruimte. Meer moest dat eigenlijk niet zijn.

Misschien is dat ook waarom het zo’n pijn doet. Omdat die gewone, warme dingen er ook waren. Omdat ik daar gelukkig was.

Daarna voelde ik iets veranderen. Ze wou alleen zijn. Ik ben nog langs geweest, een keer ook zonder vooraf iets te laten weten. Ik wou haar verrassen. Ze was niet blij en zag er doodmoe uit. Wat voor mij een lief gebaar was, kwam op dat moment duidelijk niet zo aan.

Toen ze zei dat ze tijd nodig had, heb ik geantwoord dat ik haar ruimte zou geven en na het weekend iets zou laten horen. Ondertussen voelde ik de onrust in mijn lijf. Er was iets niet ok. Ik wist alleen niet wat.

En toen kwam die zaterdagavond een mail. Na een jaar samen. Na de reizen, het lachen, het zorgen voor elkaar, al die kleine dingen die ondertussen een plaats in mijn leven hadden gekregen. Een mail om te zeggen dat ze ermee stopte.

Ik kon er niet bij.

Ik voelde me een vinkje dat je kon uitvegen. Alsof alles wat we gedeeld hadden plots veel minder betekende dan ik dacht. Dat was wat er op dat moment door mij heen ging. Wat het voor haar betekende, wist ik niet.

De hele week werd ik ‘s morgens rond vijf uur wakker. Een paar seconden wist ik het nog niet. En dan kwam het terug. Ah ja. Het is gedaan. En op die manier. Opnieuw die pijn, nog voor de dag begonnen was.

Ik had nood aan een gesprek. Aan iemand tegenover mij. Aan kunnen vragen wat er gebeurd was, ook als het antwoord pijn zou doen. Die mails gaven mij toen niet het gevoel dat ik begreep waarom we hier stonden.

Een mail krijg je van je advocaat. Of van Stad Gent voor een GAS-boete. Dat bleef door mijn hoofd gaan. Natuurlijk kunnen er dingen in een mail staan die iemand niet uitgesproken krijgt. Voor mij was het op dat moment verschrikkelijk moeilijk om zo afscheid te moeten nemen.

Een mail. Een fucking mail.

Ik was verdrietig en kwaad. Ik had zo mijn best gedaan om respectvol te zijn, ruimte te geven en tegelijk ook voor mezelf op te komen. Met die brief had ik geprobeerd iets anders te doen dan mezelf wegcijferen. Ik wou zo graag dat het deze keer zou lukken.

Er werd ook iets ouds geraakt. De grond schoof onder mij weg. Mijn hele zenuwstelsel stond in het rood. Het werd dat weekend zo donker in mijn hoofd dat ik even niet meer verder wou. Dat is moeilijk om op te schrijven. Het hoort wel bij hoe diep ik toen zat.

Ik vond het ook moeilijk dat mijn dochters mij zo zagen. Een papa die weent, die ontredderd is en het even niet begrijpt. Je wilt je kinderen zoveel besparen. En soms zit je daar zelf, zonder te weten hoe je de avond door moet.

Ik heb in die periode ook AI gebruikt, omdat ik niet meer wist hoe ik dingen moest verwoorden en uit mijn eigen patronen wou stappen. Ik herken van mezelf dat ik me kan wegcijferen in relaties, gewoon omdat ik al blij ben dat er iemand in mijn leven is. Ik wou leren zeggen wat ik nodig had. Tijd samen. Zorgzaamheid. Het gevoel dat er ook voor mij plaats was.

Vanuit die ontreddering heb ik ook scherp gereageerd. Ik wou gehoord worden. Als ik erop terugkijk, wil ik ook verantwoordelijkheid nemen voor mijn eigen woorden. Mijn pijn was echt. Niet alles wat ik vanuit die pijn schreef, hielp om elkaar nog te begrijpen.

Ik zag haar doodgraag. Dat was niet ineens weg omdat er een mail gekomen was. Misschien was dat nog het moeilijkste: kwaad zijn op iemand en tegelijk niets liever willen dan dat ze naast je komt zitten.

Als mijn dochters dit later lezen, hoop ik dat ze weten dat hun papa ook niet altijd wist hoe het moest. Dat ik graag zag, bang was, mijn best deed en soms geen blijf wist met mezelf.

Mocht je ooit zelf zo’n verdriet hebben: je hoeft je daar niet voor te schamen. Je mag iemand missen en tegelijk zeggen dat iets je pijn heeft gedaan. Je mag vragen om zorg en duidelijkheid. En als het te donker wordt, vertel het aan iemand. Je hoeft dat niet alleen te dragen.

Voorlopig probeer ik mezelf bij elkaar te rapen. Ik begrijp het nog niet allemaal.

Zucht.