
Puimichel
Ik zou dit hier beter afsluiten. Zonder ruzie of woorden of kwaadheid. Het is hier prachtig, de natuur, het uitzicht, de zon, maar ik ben hier altijd om de verkeerde redenen. Ik voel me hier alleen. Hij gaat nooit veranderen en ik ga nooit eens erkenning krijgen van hem voor alle pijn. Erkenning, misschien is dat iets wat je jezelf moet geven, niet iets wat je van iemand anders moet verwachten.
Ik mis mijn gezin. En ook al weet ik dat de zon wel weer zal opkomen, toch lijkt het alsof drie keer alles verliezen te veel van het goede is. Elke ochtend wakker worden met die pijn. Ik ben hopeloos op zoek naar een familie om bij te kunnen horen. Een deken van waaronder je kan wakker worden.
Al dat verdriet maken dat ik op springen sta. Ik word zwaarder en zwaarder, letterlijk en figuurlijk, donkerder en donkerder. En met man en macht probeer ik positief te blijven en terug een nieuwe dag te beginnen, maar het is alsof ik vooruit wil gaan met een elastiek rond me. Heel dat verleden is als een elastiek die me terug achteruit katapulteert. Misschien moet dat verdriet er eens uit op de één of andere manier. Maar hoe...
Zonder kracht. Zo voelt het. Gestolen van alle kracht. In elk geval kom ik hier nu eigenlijk echt beter niet meer terug. Het zou niemand deugd doen vrees ik. Hier. Ik verlang om terug naar mijn werk te kunnen, ik verlang om over de middag te kunnen fitnessen, ik verlang om met R en O naar de plas van Jef te gaan, ik verlang om met P te gaan fietsen, ik verlang naar een BBQ met gezellige mensen, ik verlang om met R om café te kunnen gaan, ...
Niet meer in de winkel mogen doet wel iets verschrikkelijks met me. Dat is daar ook mijn thuis geweest en als je op zo'n manier iemand buitensluit, dan voelt dat heel pijnlijk aan. Dan wil je liever 100 km verder gaan wonen en niet gewoon in de buurt. Vrienden van me mogen de winkel binnen, familie van mij mogen de winkel binnen, collega's van me mogen de winkel binnen, maar ik niet. Als ik met R en O langs de winkel passeer, dan moet ik ze naar binnen laten gaan om goeiedag te zeggen, dan vliegen ze in Maud haar armen, en ondertussen moet ik als een lepra lijder buiten blijven staan. Mensen zijn verschrikkelijk. Romée en Odile dingen leren als verdraagzaamheid, vrede, familie, helpen, dieren sparen, enzoverder en dan tegelijkertijd doen alsof hun papa niet bestaat.
Ik hoop dat deze donkere wolken ooit eens verdwijnen. Ik heb schrik dat ik terug naar Lieve ga moeten gaan. Schrik dat ik me nooit eens echt gelukkig ga voelen. Al zo vaak ben ik gewoon alles verloren wat waarde had voor me. Dany, Pierre, mijn gezin... drie keer zo de grond onder je voeten voelen wegschuiven. Drie keer. Eén keer was al meer dan genoeg, laat staan drie keer. Ik ben niet doodgegaan op die zolder drie jaar geleden, ik ben doodgegaan toen ik me eindelijk eens fantastisch goed voelde en toch weer niet goed genoeg was. Als het drie keer gebeurt, waarom dan geen vier of vijf keer... Waarom dan nog hopen dat het eens anders zal zijn. Misschien ben ik gewoon wel vervloekt, alsof het al generaties en generaties zo is.
Straks naar huis gaan. Het is geen goed gevoel. Naar waar of wat keer ik terug? Ik weet wel naar wie ik terug keer, en ik ben gelukkig dat er mensen zijn naar wie ik kan terugkeren. Maar toch lijkt het alsof ik ook naar een hele grote leegte terugkeer.
Hoe voel ik me? Er zit een brok in mijn keel. Ik zou dagen aan een stuk kunnen wenen maar het komt er niet uit. Ik moet sterk zijn anders kom ik weer in de psychiatrie of op een zolder terecht. Ik ben ongelofelijk kwaad. Ik kan die familie in elkaar slaan. Ik wenste dat ze verdwenen van de aardbol. Ik wenste dat die winkel zou verdwijnen van de aardbol. Ik wenste dat ze eens de pijn zouden voelen die ik elke dag voel. Verdriet en kwaadheid. Ik voel de schrik dat het nooit meer goed komt. Ik voel die achillespees die maar niet wil genezen. Ik ben moe. Ik ben doodmoe. Ik wil slapen maar er is niemand om in mijn oor te fluisteren dat alles ok is, dat alles goed komt. Het voelt dat het elk voor zich is. Niets is nog iets waard in onze maatschappij. Iedereen scheidt, dus als iedereen het doet, dan zal het wel normaal zijn.
Ik zit vast. Ik wil me nog eens licht voelen, letterlijk en figuurlijk. Ik moet overgeven van alles wat ik zo lang binnen gehouden heb. Het is ochtend, buiten schijnt de zon, ik hoor vogels fluiten, het is hier een prachtige natuur, bergen op de achtergrond, en toch, toch wil ik slapen en wenen en sterven en opnieuw geboren worden in iets of iemand anders. Misschien moet ik hier absoluut niet meer terugkomen. Achteraf gezien had ik liever een week ergens helemaal alleen gezeten. Hier heb ik toch het gevoel dat ik er terug voor Dany ben, de rollen omgedraaid. De rollen zijn al hee mijn leven omgedraaid. Misschien is het ook simpelweg iets chemisch. Of iets met mijn hersenen. Dat maakt het extra pijnlijk dat ik niet meer in de winkel binnen mag bijvoorbeeld. Mensen blijven maar doen alsof ik normaal ben. Als je een fysieke handicap hebt, dan zien we mensen dat tenminste. Als je psychisch afziet, dan is er geen mens die dat ziet. En dan is het ook nog eens je eigen schuld.
Het wordt echt wel te donker merk ik. Veel te donker.